Rietkreek

In het Natuurpark Blokweer ligt de Rietkreek. De Rietkreek is de realisatie van een groot uniek waterproject waarvoor MAK Blokweer in 2002 subsidie van de provincie Noord-Holland, stichting DOEN en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft gekregen.

Vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw hebben delen van Noord-Holland, inclusief Hoorn, veel wateroverlast. Het water in de stad Hoorn en in Blokker en Zwaag is zeer voedselrijk. Dit komt doordat het regenwater dat op straat, op de huizen en in de tuinen en plantsoenen valt uiteindelijk in de sloten terecht komt. Ook de bladeren van de bomen en struiken die langs het water staan vallen hierin. Vroeger bestond dit gebied uit zeer veel sloten. In die sloten leefden veel waterplanten en waterdieren die samen zorgden voor helder en gezond water. Door de woningbouw zijn veel van die sloten gedempt en de overgebleven sloten bevatten veel minder waterplanten en –dieren. Daarom is het water minder helder en schoon dan voorheen. Om de problemen van wateroverlast en de kwaliteit van het water te lijf te gaan is de Rietkreek ontstaan, net achter de Molshoop. Het ontwerp hiervoor is samen met de bewoners van de naastgelegen woonwijk gemaakt.

Het middelste perceel is het best te vergelijken met de menselijke maag en darmen. Dit klinkt gek, maar deze vormgeving, een ronde, iets ovaalvormige natuurlijke opvangbak (maag) met aansluitend een kronkelende, slingerende waterstroom (darmen) zorgt voor de beste zuivering van het water. Kijk maar naar ons eigen lichaam, de maag en darmen verteren het eten, halen alle voedingsstoffen die wij nodig hebben eruit, en verwijderen de afvalstoffen. De vele bacteriën die in ons lichaam wonen, doen dit werk. Ook in waterplanten zoals riet, gele lis en egelskop leven veel bacteriën. Zij zorgen voor de reiniging van het water. Daarom zijn er ook verschillende soorten waterplanten aangeplant, om zo een natuurlijke waterzuivering te maken, een zogenoemde helofytenfilter. De oevers van de aangrenzende percelen zijn zo vergraven en ingericht dat zij het regenwater kunnen opvangen dat in de buurt rondom MAK Blokweer valt.

Kijkend vanuit het raam van de Molshoop is een landschap te zien dat lijkt op heel vroege tijden toen hier de zee nog vrij spel had en dit gebied een waddengebied was. Op de hoogte van de Koewijzend liep een oude waterstroom, een zeekreek, die begon op de hoogte van Bergen en doorliep tot Enkhuizen. De nu gegraven waterstroom lijkt op deze slingerende kreek. Daarom heet dit waterproject de naam de Rietkreek gekregen, verwijzend naar de oude kreek en de zuiverende werking van het riet.

In de Rietkreek staat een klein gemaal met een ronde tonvijzel. Dit gemaal is bedoeld om het water uit de sloot op te pompen naar het helofytenfilter. Normaal gesproken gebeurt dit met elektriciteit of zonnecellen. Dit gemaal kan door iedereen in gang gezet worden met onze handen en voeten. Naast het gemaal staat een speelwerktuig bestaande uit twee ‘wielen’. Die wielen zijn in de grond verbonden met het gemaal. Na een paar slagen zie je de vijzel van het gemaal gaan draaien en nog even later komt het water in beweging. Op deze manier wordt het vervuilde slootwater een meter omhoog gebracht en stroomt het uit in het helofytenfilter van de Rietkreek, waar het gefilterd zal worden. In het gemaal zit een diervriendelijke tonvijzel. Deze tonvijzel is zo gemaakt dat alle kleine vissen en waterdiertjes die voor de opening van de vijzel zwemmen en per ongeluk mee omhoog worden gedraaid, zonder beschadiging boven in de Rietkreek aankomen.

Kreekrug en Kadettenland

Bij MAK Blokweer ligt een oorspronkelijk stuk van de kreekrug dat van landschappelijke monumentale waarde is. MAK Blokweer laat de bezoeker kennismaken met dit landschap door middel van de tentoonstelling en het natuurpark.

De Noord-Hollandse kreekrug heeft een geschiedenis die duizenden jaren teruggaat. De Noordzee brak in een periode van snelle stijging (een "transgressieperiode") door de zandbanken voor de kust waar nu Bergen ligt. Er ontstond een brede stroomgeul met zout water, ook wel zeekreek genoemd, dat de zeegetijden volgde.

De brede stroom splitste zich in twee hoofdstromen, waarvan de oudste tot Medemblik liep en de andere tot Enkhuizen. De zeekreek was de aanvoerstroom van een zich steeds fijner vertakkend netwerk van stromen, waarvan de dunste uitlopers prielen heten. Deze prielen zijn te vergelijken met de haarvaten in het menselijk lichaam. MAK Blokweer ligt op de plaats waar de zeekreek haar grootste breedte (ongeveer 2 km.) en diepte had (ca. 25 meter). Op de bodem vond afzetting plaats van de in het water stromende deeltjes. Dit proces heet sedimentatie. In het sneller stromende middengedeelte van de stroom werd vooral zand afgezet, terwijl aan de zijkanten, waar het water langzaam stroomde, met name klei werd afgezet.

Na 1000 voor Chr. verdween de invloed van de zee in West-Friesland. De opening bij Bergen raakte afgesloten en het grondwaterniveau zakte. De zeekreek kwam droog te staan. Tijdens het opdrogen van de klei vond inklinking van de zeeklei plaats: deze kleilaag werd dunner. 
De zandlaag in het midden van de kreek behield met het verdwijnen van het water haar oorspronkelijke dikte. Daardoor kwam het voorheen lager gelegen middendeel van de zeekreek nu hoger te liggen dan de zijden: er vond reliëfinversie plaats.

Op deze wijze is de kreekrug ontstaan, een strook van hoger gelegen grond die zeer bepalend is geweest voor de vorming van het huidige West-Friesland. De vorm van de Westfriese Omringdijk is duidelijk door de ligging van de kreekrug bepaald. Toenmalige bewoners vestigden zich voornamelijk op de hoog gelegen delen van de kreekrug. De vorm van lintdorpen is daar aan te danken. De vruchtbare grond was uitermate geschikt voor fruit- en bloembollenteelt.

Na het dichtraken van het zeegat bij Bergen verzoette het achterland en ontstond er een uitgebreid moeras-/veengebied. Soms was deze veenlaag wel 3 tot 4 meter dik. Het duurde tot ca. 800 na Chr. voordat bewoning mogelijk was. In eerste instantie langs de oevers van de vele veenriviertjes. Een grotere stroom was de Kromme Leek, de Rijn van West-Friesland.

De bewoners ontgonnen het gebied en het veen werd afgegraven. In enkele honderden jaren was het veen verdwenen. Vanaf dat moment kwam West-Friesland lager te liggen en werd een prooi van de zee. Vanaf 1000 na Chr. werd de aanleg van dijken noodzakelijk. Stukje bij beetje ontstond zo de West-Friese Omringdijk. Kon men voorheen nog graan telen, maar nu was op de “natte” kleigrond alleen het houden van vee nog mogelijk. Om de weilanden droog te houden maakten de boeren langgerekte greppels als een afwateringsysteem. Grond uit de greppels kwam op het naastliggende perceel. De weilanden kregen zo een karakteristiek gebold uiterlijk, het zgn. kadettenland. Veel kadettenland is nu ten prooi gevallen aan woningbouw. Bij MAK Blokweer is een stuk kadettenland als cultuurhistorisch monument nog aanwezig.